Bouwkwaliteit in de Praktijk 3 - 2023
Deze editie staan constructieve veiligheid en renovatie centraal.

Deze editie staan constructieve veiligheid en renovatie centraal.
Voor abonneesPer 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet van kracht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarmee dus ook de bouwvoorschriften van het Bbl, wijzigen diverse technisch inhoudelijke eisen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op het ontwerp of de kosten van een nieuwbouwproject. Daphne Hellendoorn, adviseur en projectmanager nieuwbouw, zette in overleg met senior specialist bouwregelgeving Marjolein Berghuis, beide werkzaam bij Nieman Raadgevende ingenieurs, 6 wijzigingen op een rij. Deze wijzigingen kunnen zodanig van invloed zijn op een ontwerp, dat het verstandig kan zijn om de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen nog in 2023 in te dienen.

"De aanscherping van de milieuprestatie moet mede gedreven worden door marktwerking, in plaats van alleen regelgeving, en een drive geven aan nog meer marktwerking. Daarnaast moet die milieuprestatie ook geborgd kunnen worden door de toeleverende industrie en aannemers en gehandhaafd door gemeenten", zegt Niels Ruijter, directeur van de Nederlandse Vereniging van Toeleverende Bouwmaterialenindustrie (NVTB) en onder meer lid van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie.
Op een bestaande woning wordt een dakopbouw gebouwd. Vervolgens wordt de ruimte in de dakopbouw als zelfstandig appartement gesplitst van de woning. Moeten we deze situatie toetsen aan de nieuwbouweisen, en is hiervoor een BENG-berekening vereist?

Deze editie staan monumenten centraal.

Bouwers en gemeenten zijn opgelucht dat de Omgevingswet niet wéér is uitgesteld, maar erkennen dat er nog flink wat moet gebeuren.
Er bestaat geen vast stramien voor de opbouw van de dossiers van de verschillende bij de bouw betrokken partijen. Zoveel partijen, zoveel verschillende werkwijzen.
De formulering van risico's moet transparant en reproduceerbaar zijn. Een ander moet kunnen begrijpen wat het risico is en waar dit risico precies aanwezig is.
Het stramien waarbinnen een risicobeoordeling kan worden opgebouwd, kan gebruikt worden voor de toetsing van meerdere onderwerpen.
Met de komst van de Wkb is de focus voor het voldoen van een bouwwerk aan het Bbl verschuiven van de papieren plantoets bij vergunningverlening, naar datgene wat is uitgevoerd: de zogenoemd 'as-built' situatie. De gegevens en bescheiden behorende bij deze as-built situatie worden vastgelegd in verschillende dossiers die in de wet zijn genoemd, of hieruit te herleiden zijn. Welke dossiers kent de wet eigenlijk en hoe is de informatiebehoefte geregeld? In dit hoofdstuk is ingegaan op de twee wettelijke dossiers: het dossier bevoegd gezag en het consumentendossier. Daarnaast zijn ook de twee uit de wet te herleiden dossiers toegelicht en is de informatiebehoefte binnen het stelsel beschreven.
Met de komst van de Wkb is de focus voor het voldoen van een bouwwerk aan het Bbl verschuiven van de papieren plantoets bij vergunningverlening, naar datgene wat is uitgevoerd: de zogenoemd 'as-built' situatie. De gegevens en bescheiden behorende bij deze as-built situatie worden vastgelegd in verschillende dossiers die in de wet zijn genoemd, of hieruit te herleiden zijn. Welke dossiers kent de wet eigenlijk en hoe is de informatiebehoefte geregeld? In dit hoofdstuk is ingegaan op de twee wettelijke dossiers: het dossier bevoegd gezag en het consumentendossier. Daarnaast zijn ook de twee uit de wet te herleiden dossiers toegelicht en is de informatiebehoefte binnen het stelsel beschreven.
Met de komst van de Wkb is de focus voor het voldoen van een bouwwerk aan het Bbl verschuiven van de papieren plantoets bij vergunningverlening, naar datgene wat is uitgevoerd: de zogenoemd 'as-built' situatie. De gegevens en bescheiden behorende bij deze as-built situatie worden vastgelegd in verschillende dossiers die in de wet zijn genoemd, of hieruit te herleiden zijn. Welke dossiers kent de wet eigenlijk en hoe is de informatiebehoefte geregeld? In dit hoofdstuk is ingegaan op de twee wettelijke dossiers: het dossier bevoegd gezag en het consumentendossier. Daarnaast zijn ook de twee uit de wet te herleiden dossiers toegelicht en is de informatiebehoefte binnen het stelsel beschreven.
Bij het uitvoeren van een risicobeoordeling speelt kennis en ervaring een belangrijke rol. Dit blijkt ook uit de definitie van de Rijksinspecties "…gebruiken van beschikbare kennis…". Het is bijna onmogelijk voor één persoon om alle kennis op voldoende niveau in huis hebben om een complete risicobeoordeling van alleen al het Bbl uit te voeren.
Wanneer de hiervoor beschreven werkwijze wordt gevolgd voor het opstellen van een risicobeoordeling, is al een groot inhoudelijk deel van het borgingsplan gereed. Veel van de overige informatie in een borgingsplan is algemene informatie of een voortvloeisel uit de risicobeoordeling en/of beheersmaatregelen.
Bij de omschrijving van de beheersmaatregelen wordt beschreven op welke wijze het risico beheerst wordt of hoe aangetoond wordt dat er wordt voldaan aan de regels. Een beheersmaatregel kan namelijk zijn dat iets nog in detail moet worden uitgewerkt of berekend. Uit de berekening kan vervolgens blijken dat er niet wordt voldaan en dat er alsnog aanpassing noodzakelijk is. Het risico leidt via de berekening waaruit blijkt dat niet wordt voldaan dan alsnog naar de juiste herstelmaatregelen (aanpassing van het bouwplan) voor de borging van het risico.
De weging van een risico kan op veel verschillende manieren. Het kan bijvoorbeeld met woorden (laag, midden, hoog), cijfers (1, 2, 3) of kleuren (groen, oranje, rood). Risico's worden uitgedrukt in het effect op het doel binnen een project: in de bouw is dit vaak tijdig gereed zijn en met name binnen het maximale budget blijven. Voor een kwaliteitsborger is dit in principe niet relevant. Dat een geheel andere gevelopbouw noodzakelijk is vanwege bijvoorbeeld brandveiligheidsrisico's kan veel geld kosten. Maar hoeveel? Als het nodig is om aan het Bbl te voldoen, dan maken die kosten niks uit. Het niet kunnen gereedmelden en in gebruik nemen van een bouwwerk vanwege strijdigheden met het Bbl kost immers ook geld, en misschien wel meer.
Er bestaan veel verschillende soorten risicobeoordelingen en -modellen in allerlei sectoren. Wat alle risicobeoordelingen gemeen hebben is dat deze een omschrijving en een weging van een te beschouwen risico bevatten. Ondanks de grote verschillen zijn er voor sommige sectoren wel richtlijnen opgesteld, denk bijvoorbeeld aan de verschillende NEN-normen. Het voorbeeld in onderstaand figuur is een schematische weergave van de verhouding tussen de risicobeoordeling en het borgingsplan, gebaseerd op de NEN-ISO 31000 Risicomanagement - Richtlijnen.
In het Bbl is enkel bepaald dat de kwaliteitsborger een borgingsplan moet vaststellen. Wie de risicobeoordeling en het borgingsplan opstelt is niet wettelijk bepaald. De insteek van de wet - en dus ook van de risicobeoordeling en het borgingsplan - is dat de verantwoordelijkheden meer bij de uitvoerende partijen zelf komt te liggen. Als de aannemer zelf een deel van de (interne) kwaliteitsborging uitvoert, hoeft de kwaliteitsborger minder te doen en andersom. Er zijn echter altijd taken in relatie tot kwaliteitsborging die de aannemer of kwaliteitsborger zelf moet doen. Dit is gevisualiseerd in onderstaand figuur.