Gerrit Kremers


Hoofdstuk 9 van het Bal gaat over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen, alsmede lokale spoorwegen. Naast algemene bepalingen en de aanwijzing van vergunningplichtige en meldingsplichtige gevallen van beperkingengebiedactiviteiten geldt er een specifieke zorgplicht voor activiteiten rond spoorwegen. Daarnaast stelt dit besluit generieke regels over de informatieplicht bij ongewone voorvallen en zijn er ruime mogelijkheden voor het stellen van maatwerkregels of vergunning- en maatwerkvoorschriften om de rijksregels te concretiseren.
In hoofdstuk 8 van het Bal worden rijksregels gesteld over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot rijkswegen. Voor de activiteiten in het beperkingengebied van gemeentelijke, provinciale en waterschapswegen kunnen de gemeente, de provincie en het waterschap zelf regels stellen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening (NvT Bal, blz. 644).
In hoofdstuk 6 van het Bal zijn regels samengebracht voor een aantal categorieën van activiteiten die betrekking hebben op de oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen in beheer bij het Rijk. Met het oog op het uitgangspunt 'decentraal, tenzij', dat is verankerd in artikel 2.3 van de wet, worden in dit besluit alleen regels gesteld aan activiteiten met betrekking tot rijkswateren. De regulering met betrekking tot regionale wateren vindt plaats op decentraal niveau.
Hoofdstuk 10 van het Bkl bevat instructieregels voor de volgende instrumenten: ruilbesluiten en besluiten geldelijke regelingen (afdeling 10.1) en plannen Natura 2000 (afdeling 10.2).
Om de flexibiliteit te vergroten wordt op grond van artikel 2.32 van de Omgevingswet in dit besluit de ontheffing van instructieregels mogelijk gemaakt.
Enkele instructieregels hebben betrekking op de uitoefening van specifieke taken die in de wet aan gemeenten zijn toegedeeld.
Dit besluit kent in navolging van het Barro een aantal reserveringsgebieden, waar vanwege de voorzienbare toekomstige aanleg van werken of objecten, regels gelden over activiteiten die een dergelijke aanleg zouden kunnen bemoeilijken (NvT Bkl, blz. 386).
Het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed maakt deel uit van de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet. De invulling van dit aspect wordt grotendeels overgelaten aan de gemeenten en provincies. Toch zijn in dit besluit enkele instructieregels te vinden met het oog op de bescherming van deze waarden.
In dit artikel worden de onderdelen gezondheid en milieu in de omgevingsplannen voor het Bkl behandeld.
Het Ob bevat instructieregels over het behoud van ruimte voor waterveiligheid en het voorkomen of waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast of waterschaarste.