Gerrit Kremers


Het Bkl omvat een algemene instructieregel dat in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden (art. 5.2 Bkl).
De Omgevingswet zet in op bundeling en vereenvoudiging van de wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht. Een fiks aantal wetten, AMvB's en ministeriële regelingen zijn omgevormd tot de Omgevingswet, vier AMvB's en de Omgevingsregeling. Naast bundeling en vereenvoudiging is versnelling van besluitvorming over vergunningplichtige activiteiten een belangrijk motief voor aanpassing.
Het invoeringsspoor wordt gevormd door de Invoeringswet, het Invoeringsbesluit en de Invoeringsregeling. Net zoals bij het aanvullingsspoor gaat het invoeringsspoor bij inwerkingtreding van de Omgevingswet op in het hoofdspoor.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.
In hoofdstuk 7 van het Bal worden de regels gesteld voor bepaalde activiteiten in de Noordzee. Dit betreft zowel het oppervlaktewaterlichaam als het beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee.