Gerrit Kremers


Omdat voor een wateractiviteit een aparte omgevingsvergunning moet worden aangevraagd valt de bevoegdheidsverdeling voor omgevingsvergunningen in dit besluit uiteen in twee onderdelen: één voor wateractiviteiten en één voor alle andere activiteiten.
Hoofdregel is dat het bevoegd gezag voor de algemene regels, de omgevingsvergunning of het projectbesluit tevens bevoegd gezag is voor de bestuursrechtelijke handhaving van deze instrumenten (art. 18.2 Ow). De handhaving van gedoogplichten wordt bij AMvB geregeld.
De milieueffectrapportage is erop gericht om de gevolgen voor het milieu van omgevingsvisies, programma's en projecten in beeld te brengen. Een milieurapport is een belangrijk hulpmiddel bij de besluitvorming over onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving.
Hoofdstuk 10 van het Ob bevat procedurele bepalingen voor de voorbereidingsprocedure van het merendeel van de instrumenten in de Omgevingswet. Voorafgaand aan de stelselherziening hadden verschillende wetten vaak hun eigen procedures. In de Omgevingswet zijn de procedures geüniformeerd, waardoor de procedurele belasting wordt verminderd en de transparantie van besluitvormingsprocessen wordt vergroot (NvT Ob, blz. 177).
De Omgevingswet kent zes kerninstrumenten. De instrumenten zijn in beginsel gelijk voor alle domeinen van de fysieke leefomgeving en voor alle bestuurslagen. Wel vloeien uit de staatsinrichting beperkingen voort voor de toepassing van de instrumenten.
De Omgevingswet is opgebouwd aan de hand van de beleidscyclus (beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering, terugkoppeling, beleidsontwikkeling enzovoorts). De beleidscyclus is primair gericht op de verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving met behoud van ontwikkelingsruimte voor activiteiten van burgers en bedrijven.
De Omgevingswet voorziet in een integraal wettelijk kader voor plaatsgebonden activiteiten van burgers, bedrijven en overheden in de fysieke leefomgeving (MvT Ow, blz. 26).
Hoofdstuk 15 van het Bal gaat over het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin. Een badwaterbassin is in bijlage I bij het Bal omschreven als een waterkerende constructie voor het vasthouden van water bedoeld voor het zwemmen of baden.
Hoofdstuk 13 van het Bal bevat bepalingen over de bescherming van cultureel erfgoed : het behoud van rijksmonumenten en voorbeschermde rijksmonumenten (art. 11.1 Bal). Met voorbeschermde rijksmonumenten worden monumenten bedoeld die nog niet in het rijksmonumentenregister zijn ingeschreven, maar waarvoor de aanwijzingsprocedure formeel wel is opgestart.
In hoofdstuk 11 van het Bal worden regels gesteld over activiteiten die de natuur betreffen, waaronder Natura 2000-activiteiten, flora- en fauna-activiteiten, het vellen en herplanten van houtopstanden en de uitoefening van de jacht. Net als voor de andere categorieën van activiteiten waarvoor in dit besluit algemene rijksregels zijn opgesteld, geldt ook voor deze natuur gerelateerde activiteiten een specifieke zorgplicht en is er een informatieplicht voor ongewone voorvallen. Daarnaast zijn er dienaangaande mogelijkheden voor maatwerk in de vorm van maatwerkregels of maatwerkvoorschriften. De bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering van het natuurbeleid zijn hoofdzakelijk bij de provincies neergelegd.