Bereikbaarheid vanaf de openbare weg
Het door personen met een functiebeperking vanaf de openbare weg bereikbaar zijn van een gebouw.
Het door personen met een functiebeperking vanaf de openbare weg bereikbaar zijn van een gebouw.
Dit artikel heeft betrekking op nieuwbouwartikel 4.192 dat is opgenomen in paragraaf 4.6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en en behandeld het onderwerp bereikbaarheid van een gebouw toegelicht met afbeeldingen.

Een bedgebied is een bijzondere vorm van een verblijfsgebied en een bedruimte een bijzondere vorm van een verblijfsruimte. In dit artikel wat meer toelichting.
Er bestaan veel verschillende soorten risicobeoordelingen en -modellen in allerlei sectoren. Wat alle risicobeoordelingen gemeen hebben is dat deze een omschrijving en een weging van een te beschouwen risico bevatten. Ondanks de grote verschillen zijn er voor sommige sectoren wel richtlijnen opgesteld, denk bijvoorbeeld aan de verschillende NEN-normen. Het voorbeeld in onderstaand figuur is een schematische weergave van de verhouding tussen de risicobeoordeling en het borgingsplan, gebaseerd op de NEN-ISO 31000 Risicomanagement - Richtlijnen.
Omdat de risicobeoordeling en het borgingsplan de basis vormen voor het kwaliteitsborgingsproces en het 'de instrumenten' in het stelsel zijn om de kwaliteit te verbeteren, is het logisch dat hieraan ook wettelijke eisen worden gesteld. Het borgingsplan is in de Wkb echter wel prominenter aanwezig dan de risicobeoordeling, dit blijkt onder andere uit de hoeveelheid eisen die zijn gesteld aan elk van de twee documenten.
Het stramien waarbinnen een risicobeoordeling kan worden opgebouwd, kan gebruikt worden voor de toetsing van meerdere onderwerpen.
Om ervoor te zorgen dat warmte niet ongelimiteerd naar buiten kan weglekken, stelt het Bbl eisen aan de mate van thermische isolatie van gevel, dak en begane grondvloer. Hierdoor wordt tevens voorkomen dat bij het voldoen aan de BENG-eis te eenzijdig op energiezuinige installaties wordt ingezet.
Dit artikel heeft betrekking op het nieuwbouwartikel 4.178 lid 1 en 2 dat is opgenomen in paragraaf 4.5.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en gaat in op afmetingen toegelicht met afbeeldingen.

Ik heb begrepen dat er tussen het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat op 1 januari 2024 in werking treedt wat verschillen zijn ten aanzien van de gevallen waarin een melding brandveilig gebruik nodig is. Wat zijn de belangrijkste verschillen?

In de markt was er al geruime tijd discussie over de brandklasse voor deuren bij toepassing in extra beschermde vluchtroutes (EBV's). GND Garantiedeuren heeft daarom bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) het verzoek ingediend de eisen die de bouwregelgeving stelt aan de brandklasse van binnendeuren aan te passen. Na een uitgebreide risicoanalyse is besloten de eisen voor een groot deel van de deuren in EBV's te wijzigen naar brandklasse D. Deze wijziging is sinds 1 januari 2024 opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Het energielabel, sinds 2008 verplicht bij de oplevering, verkoop of verhuur van een woning, is inmiddels goed ingeburgerd. Een energielabel A is gunstiger dan een energielabel F of G; in dat opzicht is het systeem helder. Toch blijkt er nog veel onduidelijkheid te heersen over het bepalen van het energielabel en wie verantwoordelijk is voor de aanvraag. Regelmatig worden nieuwbouwwoningen opgeleverd zonder geldig energielabel. Dat is nadelig voor zowel de koper als de verkoper.
Medio 2022 heeft de minister van BZK aangegeven dat als mogelijke terugvaloptie bij invoering van de Wkb verbouwingen mogelijk vooralsnog niet zouden worden meegenomen. Wat is de daadwerkelijke uitspraak?
De Wet kwaliteitsborging borging voor het bouwen zal bij inwerkingtreding alleen gelden voor bouwwerken vallend onder Gevolgklasse 1. Welke bouwwerken hieronder vallen is vastgelegd in artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Net als bij elk project begint een initiatiefnemer ook onder de Omgevingswet met de ontwikkeling en uitwerking van een plan. De adviseurs van de initiatiefnemer werken de gegevens en bescheiden uit tot deze gereed zijn voor de vergunningsaanvraag.

Ver voordat er een initiatief wetsontwerp lag voor de Wkb voelde Jacco van der Weel van gBOU. al de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de bouwkwaliteit. Zijn interesse ontstond toen zijn werkzame leven startte als bouwkundig tekenaar bij architectenbureaus en kreeg verdieping toen Jacco ook aan andere kanten van de 'bouwtafel' plaatsnam. In de aanloop van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) deelt hij zijn ervaringen over de proefprojecten en zijn visie op de Wkb.

In deze editie staat de energietransitie centraal.

Op 15 maart 2023 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een zaak waarin het draaide om de vraag of een overtreding was aangetoond met betrekking tot de WBDBO-eis. Volgens de gemeente was er wat betreft doorvoeringen in de verdiepingsvloer sprake van onvoldoende brandwerendheid, als gevolg waarvan er niet aan de WBDBO-eis werd voldaan. Een deskundige onderschreef het oordeel van de gemeente. De Afdeling oordeelde echter dat een overtreding niet was vastgesteld; een verwachting dat niet wordt voldaan is onvoldoende om van een overtreding te kunnen spreken.
Bedrijven en particulieren die iets (laten) slopen, moeten dit in bepaalde gevallen van tevoren melden bij het bevoegd gezag.

Welke betekenis hebben de voorschriften voor bestaande bouw tijdens een bouwproces? Dat was een van de vragen die centraal stonden in de uitspraak die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 september 2021 deed. Dit was het hoger beroep in een handhavingszaak waarin het draaide om de draagconstructie en de waterdichtheid van de gevel van een bestaand bouwwerk. Het college van burgemeester en wethouders had een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom opgelegd.

Een kantoorgebouw wordt getransformeerd tot een woongebouw. De aanpak voor toetsing aan het Bouwbesluit lijkt dan eenvoudig: eerst vindt de gebruiksfunctiewijziging plaats, daarna de bouwactiviteiten. Voor het bestaande, ongewijzigde deel gelden de voorschriften voor bestaande bouw. Voor alles wat wijzigt gelden de verbouwvoorschriften. Dan zijn we er echter nog niet. Want ergens in dat proces vinden ook allerlei andere wijzigingen plaats. Bijvoorbeeld de wijziging van verblijfsgebieden. Wijziging van een verblijfsgebied heeft consequenties voor toetsing aan onder meer de voorschriften voor daglicht en ventilatie. Hoe moet zo'n wijziging bij transformatie worden beoordeeld?