Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte - Verbeelding Bouwbesluit art. 4.3
In dit artikel worden eisen gesteld aan de afmetingen van verblijfsgebieden en verblijfsruimten.
In dit artikel worden eisen gesteld aan de afmetingen van verblijfsgebieden en verblijfsruimten.
Op grond van tabel 6.19 van Bouwbesluit 2012 zijn onder de in dit artikel aangegeven omstandigheden rookmelders voorgeschreven voor de woonfunctie, de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang voor kinderen jonger dan vier jaar en de logiesfunctie.
Met dit voorschrift is een landelijk geharmoniseerde systematiek tot stand gekomen waardoor er geen directe behoefte meer is om in relatie tot gebouwprestaties materiaalvoorkeuren uit te spreken, noch op inhoudelijke gronden een voorkeur uit te spreken voor de diverse (reken)systemen.
Het eerste lid bepaalt dat een ruimte, zoals bijvoorbeeld een integraal toegankelijke toiletruimte, in een toegankelijkheidssector rechtstreeks bereikbaar moet zijn vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die alleen door een toegankelijkheidssector voert.
Op grond van het eerste lid moeten gebouwen en andere bouwwerken een toereikende bluswatervoorziening hebben. Doel van dit voorschrift is te waarborgen dat voor de brandweer een adequate openbare of niet-openbare bluswatervoorziening in of bij een bouwwerk beschikbaar is.
In dit artikel leest u meer over de WBDBO van een brandcompartiment toegelicht met een afbeelding.
In dit artikel leest u meer over de omvang van een brandcompartiment toegelicht met afbeeldingen.
In dit artikel leest u meer over de bepalingsmethode sterkte bouwconstructie toegelicht met afbeeldingen.
Een omgevingswaarde bepaalt voor de fysieke leefomgeving (of een onderdeel daarvan) de staat of kwaliteit, de toelaatbare belasting door activiteiten of de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen. Er zijn rijksomgevingswaarden en decentrale omgevingswaarden. In dit artikel lees je daar meer over.

Minister De Jonge heeft op 26 januari een nieuw Koninklijk Besluit (KB) voor de invoeringsdatum aan de Eerste en Tweede Kamer toegezonden. Het voorstel is nu dat de Omgevingswet - en daarmee ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen - per 1 januari 2024 in werking treedt. De volgende stap is dat de Eerste Kamer bepaalt hoe het traject rondom een akkoord op het KB er verder uit komt te zien. In ieder geval zal een nieuw overleg met het Adviescollege ICT-toetsing onderdeel uitmaken van het besluitvormingsproces. Logischerwijs volgt er ook nog een debat met minister De Jonge. Dit alles met als doel om - zoals BZK, gemeenten, provincies en waterschappen nadrukkelijk vragen - de datum van 1 januari 2024 snel vast te leggen.
Hoofdstuk 13 van het Bal bevat bepalingen over de bescherming van cultureel erfgoed : het behoud van rijksmonumenten en voorbeschermde rijksmonumenten (art. 11.1 Bal). Met voorbeschermde rijksmonumenten worden monumenten bedoeld die nog niet in het rijksmonumentenregister zijn ingeschreven, maar waarvoor de aanwijzingsprocedure formeel wel is opgestart.
Het Bal bevat algemene regels voor activiteiten. Deze regels gelden voor iedereen die de activiteit uitvoert. De lichtste vorm van reguleren in dit besluit is het stellen van algemene regels die moeten worden nageleefd zonder verdere procedurele verplichtingen.

Bij de nieuwbouw van een industriegebouw met een verblijfsgebied blijkt dat de temperatuurfactor ter plaatse van de plint van het gebouw veel lager ligt dan de minimale waarde van 0,5. Mag voor deze situatie een beroep worden gedaan op de '2%-regel' uit artikel 5.3 (Thermische isolatie) van het Bouwbesluit 2012?

De regels voor vergunningvrij bouwen zijn sinds 1 januari van dit jaar opgenomen in afdeling 2.3 van het Bbl. Anders dan de regels in bijlage II Bor is er niet langer sprake van een opsomming van vergunningvrije bouwactiviteiten, maar is een definitie gegeven van bouwactiviteiten die vergunningplichtig zijn. Voldoe je aan deze definitie, dan is een omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit verplicht. Om te bepalen of dat zo is, vormen de artikelen 2.25 en 2.26 van het Bbl het 'startpunt'.
Dit artikel heeft betrekking op de nieuwbouwartikel 4.181 dat is opgenomen in paragraaf 4.6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en behandeld het onderwerp vrije doorgang: verkeersroute toegelicht met afbeeldingen.

In het Bbl, de opvolger van het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2024, vervallen de bruikbaarheidseisen - met uitzondering van de eisen aan bereikbaarheid en toegankelijkheid - voor utiliteitsbouw. Betekent dit dat in utiliteitsfuncties (kantoorfunctie, onderwijsfunctie etc.) geen verblijfsgebieden hoeven te worden gemaakt en dat de eisen die daarmee samenhangen (daglicht, ventilatie etc.) daar dan ook niet meer van toepassing zijn?trotekst...

Minister De Jonge kiest voor een zachtere landing van de Wkb: de wet gaat nog even niet gelden voor verbouwingen.
De in andere artikelen beschreven proceswijziging is niet de enige wijziging die met de Wkb zijn doorgevoerd ter verbetering van de kwaliteit van bouwwerken en de positie van de consument. De andere belangrijke wijziging betreft een vijftal veranderingen in Boek 7, Titel 12 - Aanneming van werk - van het BW.

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De berekening van de energieprestatie-indicatoren van nieuwbouw, maar ook bestaande bouw (!), vindt straks plaats met de bepalingsmethode NTA 8800.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder Vrije breedte: kleinste afstand tussen constructieonderdelen aan weerskanten van een doorgang. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder Vrije hoogte: vrije hoogte als bedoeld in NEN 2580. In dit artikel een toelichting.