Bouwrecht: Een particuliere opdrachtgever moet toch zélf zorgen voor een energielabel?
Wie is bij nieuwbouw verantwoordelijk voor een geldig energielabel? Is dat de aannemer of verkoper? Of moeten de kopers dat zelf regelen?

Wie is bij nieuwbouw verantwoordelijk voor een geldig energielabel? Is dat de aannemer of verkoper? Of moeten de kopers dat zelf regelen?
Net als in het bestaande omgevingsrecht formuleert de Omgevingswet een aantal specifieke zorgplichten naast de algemene zorgplicht. Nieuw is een algemeen verbod op activiteiten met aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving.
Wanneer taken en bevoegdheden goed op decentraal niveau kunnen worden behartigd, worden deze ook aan dat niveau overgelaten. Het Rijk regelt niet meer dan nodig is (decentraal, tenzij). In dit artikel meer informatie hierover.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.

De brandveiligheid van stallen moet worden verbeterd. Wageningen University & Research (WUR) komt met een aantal aanbevelingen, zoals een veilige elektrische installatie en regelmatige controle. Voorkom verdere verspreiding van een brand en kijk of elektrische installaties in een apart brandcompartiment zijn onder te brengen.
Dit artikel heeft betrekking op nieuwbouwartikel 4.29 die is opgenomen in paragraaf 4.32 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en gaat in op de regenwerendheid van een trap toegelicht met afbeeldingen.

Welke uitdagingen staan de bouw te wachten in de eerste periode na het van kracht worden van de Wkb? Gaan de kosten omlaag in het nieuwe stelsel en hoe zit het met de administratieve lasten? Vertegenwoordigers uit de bouw gingen erover in gesprek tijdens een debat bij het congres Kwaliteitsborging voor het bouwen op 28 november in Almere.

Op hetzelfde perceel worden min of meer tegelijkertijd twee bouwwerken gesloopt: een schuurtje en een schutting. Per bouwwerk is de hoeveelheid sloopafval minder dan 10 m³, maar de hoeveelheid van beide bouwwerken samen is meer dan 10 m³. Er wordt geen asbest verwijderd. Is er op grond van artikel 1.26, lid 1 van het Bouwbesluit 2012 een sloopmelding vereist?

Vanwege de energietransitie moet de energiebehoefte van een gebouw zo laag mogelijk zijn. In de toekomst zal een deel van die energiebehoefte bovendien uit hernieuwbare energie moeten bestaan. En hoe mooi is het dan dat een gebouw daarin zelf kan voorzien met PV-panelen op of in het dak of de gevel. Maar wat zijn de brandrisico's?

Toezicht en handhaving komt achteraan. Niet alleen in letterlijke zin, maar ook in iedere implementatie van wetswijzigingen die ik tot nu toe heb meegemaakt. In dit essay in twee delen belicht ik de rol van toezicht en handhaving, zoals ik deze in mijn ruim 25 jaar ervaring binnen het vakgebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) heb ervaren. Hoe zie ik verder persoonlijk verbetering en vooral een betere positionering van toezicht en handhaving voor me? Deel 1 van dit essay vindt u elders op deze kennisbank.
De regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit gelden voor 'degene die de activiteit verricht'. Dit is degene die een activiteit kan laten starten, stoppen of veranderen.
Bij bouwwerkzaamheden moeten enkele procedurele regels in acht worden genomen. Deze regels zijn opgenomen in paragraaf 7.1.2 van het Bbl.
In dit artikel worden de onderdelen gezondheid en milieu in de omgevingsplannen voor het Bkl behandeld.

Op 17 oktober 2021 stortte een deel van het bezoekersvak van het Goffertstadion in Nijmegen in. Uit onderzoek door Royal HaskoningDHV blijkt dat het belastingeffect als gevolg van de springende mensenmassa op de voorste rijen op het moment van instorting ongeveer 900 kg/m2 was. De ontwerpbelasting van de tribune is echter 400 kg/m2, in overeenstemming met de norm die tijdens het ontwerp van het stadion gold voor een tribune met vaste stoelen. Ook de huidige norm van 500 kg/m2 voor nieuwe stadions lijkt onvoldoende.
Onder de Omgevingswet krijgt het onderwerp bouw- en sloopveiligheid meer aandacht dan in de huidige regelgeving. De eerste stappen zijn inmiddels de afgelopen jaren al gezet. Maar als de Omgevingswet in werking treedt, komt er een aantal nieuwe onderdelen over het borgen van de veiligheid op en rond de bouwplaats bij. Je zou haast kunnen stellen dat het onderwerp een aantal ernstige incidenten en ongevallen nodig had om deze aandacht te krijgen.

De brandveiligheid van een gevel beredeneren vanuit de brandklasse van elk product apart kan gemakkelijk tot de verkeerde conclusie leiden. Dat is een belangrijke conclusie in de whitepaper 'Brandveiligheid gevels' van DGMR. Deze is in 2018 opgesteld naar aanleiding van de fatale gevelbrand die in 2017 plaatsvond bij de Grenfell Tower in Londen. De Essentiële Bouwkundige Controlepunten 2020 besteden hier ook extra aandacht aan, onder verwijzing naar de whitepaper. Wat zijn de belangrijkste conclusies?

Het Bouwbesluit regelt geen brandveilig gebouw maar een vluchtveilig gebouw. Maar is een vluchtveilig gebouw dat voldoet aan het Bouwbesluit voor iedereen wel vluchtveilig? De door de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht ontwikkelde 'Handreiking Brandveiligheid voor bewoners met een fysieke beperking' geeft inzicht.
Om ook veilig te kunnen vluchten wanneer de elektriciteit uitvalt, moet bij risicovolle situaties de verlichtingsinstallatie op een voorziening voor noodstroom zijn aangesloten (noodverlichting).
Dit artikel stelt een eis aan ruimten voor meer dan 50 personen waarin het gebruikelijk is om de normale verlichting te reduceren of uit te schakelen (bijvoorbeeld theaters en bioscopen).