Voor abonnees De uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan
Enkele instructieregels hebben betrekking op de uitoefening van specifieke taken die in de wet aan gemeenten zijn toegedeeld.
Enkele instructieregels hebben betrekking op de uitoefening van specifieke taken die in de wet aan gemeenten zijn toegedeeld.
Dit besluit kent in navolging van het Barro een aantal reserveringsgebieden, waar vanwege de voorzienbare toekomstige aanleg van werken of objecten, regels gelden over activiteiten die een dergelijke aanleg zouden kunnen bemoeilijken (NvT Bkl, blz. 386).
Het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed maakt deel uit van de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet. De invulling van dit aspect wordt grotendeels overgelaten aan de gemeenten en provincies. Toch zijn in dit besluit enkele instructieregels te vinden met het oog op de bescherming van deze waarden.
In dit artikel worden de onderdelen gezondheid en milieu in de omgevingsplannen voor het Bkl behandeld.
Het Ob bevat instructieregels over het behoud van ruimte voor waterveiligheid en het voorkomen of waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast of waterschaarste.
Het Bkl omvat een algemene instructieregel dat in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden (art. 5.2 Bkl).
De Omgevingswet zet in op bundeling en vereenvoudiging van de wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht. Een fiks aantal wetten, AMvB's en ministeriële regelingen zijn omgevormd tot de Omgevingswet, vier AMvB's en de Omgevingsregeling. Naast bundeling en vereenvoudiging is versnelling van besluitvorming over vergunningplichtige activiteiten een belangrijk motief voor aanpassing.
Het invoeringsspoor wordt gevormd door de Invoeringswet, het Invoeringsbesluit en de Invoeringsregeling. Net zoals bij het aanvullingsspoor gaat het invoeringsspoor bij inwerkingtreding van de Omgevingswet op in het hoofdspoor.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.
De Omgevingswet staat niet op zichzelf. Parallel aan de Omgevingswet zijn vier aanvullingswetten opgesteld die deel uitmaken van de stelselherziening. Deze aanvullingswetten en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving treden tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking en worden volledig geïntegreerd in het hoofdspoor van de stelselherziening.