Voor abonnees Randvoorwaarden voor programma's binnen het Bkl
Hoofdstuk 4 van het Bkl bevat de inhoudelijke randvoorwaarden voor programma's.
Hoofdstuk 4 van het Bkl bevat de inhoudelijke randvoorwaarden voor programma's.
Hoofdstuk 3 van het Bkl bevat instructieregels voor de uitvoering van een aantal specifieke taken. De betreffende instructieregels hebben betrekking op zwemlocaties, watersystemen, openbare vuilwaterriolen, geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, toevalsvondsten van bodemverontreiniging, natuurgebieden en gasverbrandingsinstallaties. Ook worden regels gesteld over de Noordzee om overeenkomstig de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie een goede milieutoestand te bereiken.
Een omgevingswaarde bepaalt voor de fysieke leefomgeving (of een onderdeel daarvan) de staat of kwaliteit, de toelaatbare belasting door activiteiten of de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen. Er zijn rijksomgevingswaarden en decentrale omgevingswaarden. In dit artikel lees je daar meer over.
Voor abonneesHet Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna tevens te noemen: Bkl of dit besluit) bevat de inhoudelijke kaders voor overheidsorganen, waarbinnen zij hun taken en bevoegdheden op het terrein van de fysieke leefomgeving uitoefenen. In dit artikel meer toelichting,
Het instrument in de wet voor het realiseren van grote ruimtelijke projecten is het projectbesluit. Met het projectbesluit wordt een slagvaardige procedure beoogd voor waterschappen, provincies en het Rijk voor projecten, waarbij een overheidsorgaan de verantwoordelijkheid heeft voor publieke doelen, zoals infrastructuur en waterveiligheid.
Het Omgevingsbesluit (hierna tevens te noemen: Ob of dit besluit) bevat bepalingen van algemene aard die voor een ieder van belang zijn (burgers, bedrijven en de overheid) en geen inhoudelijke normen. In dit artikel een toelichting.
Net als in het bestaande omgevingsrecht formuleert de Omgevingswet een aantal specifieke zorgplichten naast de algemene zorgplicht. Nieuw is een algemeen verbod op activiteiten met aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving.
Bij de toedeling van de uitoefening van publieke verantwoordelijkheden op het gebied van de fysieke leefomgeving heeft de wetgever de keuze uit gemeenten, waterschappen, provincies of het Rijk.
Omdat voor een wateractiviteit een aparte omgevingsvergunning moet worden aangevraagd valt de bevoegdheidsverdeling voor omgevingsvergunningen in dit besluit uiteen in twee onderdelen: één voor wateractiviteiten en één voor alle andere activiteiten.
Hoofdregel is dat het bevoegd gezag voor de algemene regels, de omgevingsvergunning of het projectbesluit tevens bevoegd gezag is voor de bestuursrechtelijke handhaving van deze instrumenten (art. 18.2 Ow). De handhaving van gedoogplichten wordt bij AMvB geregeld.